Moeilijke woorden

AB: Deskundige van een speciale school voor basisonderwijs die contact houdt met scholen over hun zorgleerlingen

AC: activiteitencommissie

CITO: Centraal Instituut Toets Ontwikkeling

CGK: Christelijk Gereformeerde kerk

CPS: onderwijsontwikkeling en advies

Communicator: interactief schoolbord. Een schoolbord dat verbonden is met de computer. Je kunt de computer weergeven op het grote scherm, maar je kunt ook schrijven op het bord en de inhoud opslaan in de computer.

Didactiek: overdracht van de leerstof.

Eénpitter: een zelfstandige school:één bestuur

Focus: Dienstencentrum behorend bij het Speciaal Onderwijs.

GKV: Gereformeerde Kerk vrijgemaakt

GPC: Gereformeerd Pedagogisch Centrum

Handelingsplan: een plan waarin de extra hulp beschreven wordt.

IB-er: De interne begeleider is verantwoordelijk voor de organisatie van de leerlingenzorg.

ICT: informatie- en Communicatie Technologie:alles op het gebied van computers, programma's, internet en onderwijs.

Lesmethode: een pakket van (werk) boeken en een handleiding voor een vak.

LVS: Leerling volg systeem

MR: Medezeggenschapsraad

NGK: Nederlands Gereformeerde Kerk

OVM: Ontwikkeling volg model

Orthopedagoog: Zij houdt zich bezig met de leer- en opvoedingssituaties van kinderen en jeugdigen. Het betreft een specialisatie in de pedagogiek die zich bezighoudt met de opvoeding van kinderen met een hulpvraag. In Best is zij er juist ook om leerkrachten te ondersteunen bij de hulpvragen in de klas.

PABO: Pedagogische academie basis-onderwijs

Pedagogiek: opvoeding, opvoedkunde

S.O: Speciaal onderwijs (gericht op een specifieke problematiek)

S.B.O: Speciaal basisonderwijs (leerproblemen en leerachterstanden)

SMW: school maatschappelijk werk.

VO: Voortgezet Onderwijs

WSNS: Weer Samen Naar School

ZAT: zorg advies team

Naar boven