Als een leerkracht ziek is
In geval van ziekte van een leerkracht kunnen we een beroep doen op een aantal invalkrachten. We hopen in het komende seizoen weinig vervanging nodig te hebben, maar indien nodig vervanging te kunnen vinden.
Bij problemen met de vervanging kan intern geschoven worden of kunnen groepen worden samengevoegd, hiervoor ligt er in iedere groep een noodplan klaar. Als laatste, niet gewenste, optie kunnen we de kinderen vrijaf geven.

Naar boven

Inzet van leerkrachten en ondersteunend personeel
Het grootste deel van onze werktijd besteden we aan het lesgeven in de groep. Maar er zijn ook personeelsleden, die andere taken hebben. U kunt dan denken aan:

De onderwijsassistente: werkt van 9.45 tot 11.45 op de flexplek. Een flexplek is een prikkelarme ruimte met een aantal werkplekken. Kinderen kunnen er zelf voor kiezen om tijdens het werk naar deze plek te gaan. Zij kunnen daar stil werken. En krijgen toch de aandacht die er op dat moment in de klas niet kan zijn. Aandacht betekent: even op weg helpen (extra uitleg) tijdens zelfstandig werken, een compliment of een klopje op de schouder. In de klas is dat op dat moment niet mogelijk omdat er instructie in de ander groep is. Het is ook een rustige werkplek voor kinderen die in de klas snel afgeleid worden. Op de middagen is de onderwijsassistente aanwezig op de flexplek bij wereldoriëntatie. Zij helpt kinderen die het moeilijk vinden om structuur in een opdracht te krijgen en / of kinderen die moeite hebben met het zoeken naar de juiste informatie. Voor iedereen geldt dat er extra begeleiding is om samen te leren werken. Een klein groepje kinderen werkt die middagen op de flexplek. De flexplek geeft rust in de school zodat in de groepen ook rustig doorgewerkt kan worden. Kinderen die net wat meer aandacht nodig hebben vinden de rust op de flexplek.

Sociaal-emotionele ontwikkeling: De onderwijsassistente heeft ook een rol bij dit vakgebied. Leerkrachten kunnen vragen om ondersteuning bij Leefstijl en Meidenvenijn. Er kan onderling wel eens iets gebeuren dat direct de aandacht vraagt. Op dat moment zijn er medewerkers beschikbaar die de groep even overnemen zodat de leerkracht tijd heeft of andersom. Om het gesprek tussen de onderwijsassistent en de kinderen te bevorderen, mogen kinderen de onderwijsassistent helpen bij het maken van een pan soep op woensdag.

De administratief medewerker: Zij verzorgt de financiële administratie, de personeelsadministratie en de leerlingenadministratie.

De intern begeleider: Zij is bezig met een specifieke onderwijstaak, zoals het leiden van de leerlingbesprekingen rondom het leerlingvolgsysteem. Zij verzorgt de aanvragen voor extra hulp voor leerlingen, onderhoudt de contacten met de orthopedagoog en met de ambulante begeleiding vanuit het SBO. Ze houdt samen met de leerkrachten de dossiers van de kinderen bij en ondersteunt de leerkrachten bij het vormgeven van extra hulp aan kinderen die dat nodig hebben. Daarnaast neemt zij als IB-er deel aan het zorgplatform.IZAT en ZAT.

De directeur: Zij vervult de meeste directietaken, zoals het volgen van nieuwe ontwikkelingen en het maken van beleid van de school; leiding geven aan een lerende organisatie en aan onderwijsverbetering. Zij houdt zich bezig met identiteit en schoolconcept, personeel, kwaliteitszorg, veiligheidsplan en financieel beleid.

De ICT-er: Zij coördineert en stimuleert het gebruik van de computers.

Schoolschoonmakers: Zij zorgen voor een schoon gebouw. We hebben de schoonmaak uitbesteed aan Mariposa-cleaning.

Naar boven

Bijscholing van de leerkrachten
Natuurlijk leren we als collega's veel van elkaar. Dit gebeurt door met elkaar te praten over onderwijs, maar ook is er wekelijks een mogelijkheid tot collegiale consultatie. Dit betekent dat je als leerkracht bij een collega in de klas meekijkt, of een collega vraagt in je groep een les bij te wonen.
We zijn geabonneerd op verschillende vakbladen en tijdschriften.
Soms volgen we met het hele team, of een gedeelte daarvan, een cursus. We willen daarmee graag de kwaliteit van ons onderwijs verbeteren. Een andere keer doet een leerkracht een cursus om deskundiger te worden op een bepaald gebied (bijvoorbeeld management, zorgverlening, rekenen, autisme of computers).
Prioriteit bij inzet van de nascholingsgelden ligt op het gebied van teamontwikkeling; aan individuele scholingsbehoeften van personeelsleden zal getracht worden tegemoet te komen, mits deze scholing in het schoolbelang gebeurt en dit financieel haalbaar is.

Naar boven